Als kind voelde ik me nooit écht thuis op school. Niet omdat ik niet wilde leren — ik wilde dolgraag leren. Maar niet op de manier waarop het moest.

Ik was een dromer, creatief en gevoelig. Een leerling met een gemiddeld IQ, maar een hoog EQ. En steeds opnieuw kreeg ik het impliciete signaal: “je past net niet in het systeem”.

Dat bleef zo. Tot ver in de middelbare school.

Nu, drie decennia later, zit mijn jongste dochter in de bovenbouw van de basisschool. En wat zie ik? Nog steeds diezelfde formulieren, diezelfde taal.

Waarom gebruiken we nog steeds taal die leerlingen op BBL/KBL- of TL-niveau tekortdoet?

Waarom laten we zinnen als “heeft geen zin in leren” of “huiswerk is echt een probleem” door de mazen van onze formulieren glippen, alsof dit objectieve feiten zijn?

Laten we het beestje bij de naam noemen.

Wat vaak gepresenteerd wordt als een neutrale observatie, is in werkelijkheid framing.

En die framing doet pijn. Niet alleen nu, maar jarenlang — in zelfvertrouwen, motivatie en geloof in eigen kunnen.

Kinderen die praktisch leren, verdienen geen beschrijving waarin ze afgeschilderd worden als ongemotiveerd of beperkt. Ze missen niets. Ze brengen ánders leren, ánders denken. Ze zijn doeners. Aanpakkers. Organisatoren. Creatieve makers. Dromers-met-een-visie. Denkers-met-handen.

Genoeg van deze zinnen: “Heeft niet zo’n zin in leren.” Nee. Zij houdt juist van leren — maar op haar manier. Door te ervaren, uit te proberen, te ontdekken.

“Loopt tegen grenzen aan.” Nee. Zij geeft haar grenzen aan. Dat is geen beperking, dat is kracht.

“Huiswerk is een probleem.” Of misschien sluit het huiswerk gewoon niet aan op hoe dit kind leert. Moet het kind veranderen, of de aanpak?

Laten we eerlijk zijn: de woorden die we gebruiken in rapporten, adviezen en gesprekken zeggen vaak meer over ons beeld van het kind, dan over het kind zelf.

Als we jonge kinderen zwart-op-wit vertellen dat ze ‘moeite hebben met leren’, creëren we meer dan een dossier. We creëren een zelfbeeld. En dat moeten we niet willen.

Niet nog een generatie die denkt dat ze ‘niet passen’. Niet nog een generatie die stilvalt omdat ze niet binnen de lijntjes leren.

20% van onze leerlingen leert anders dan gemiddeld. Ze zijn vaak neurodivergent, creatief, gevoelig, of leren via andere paden. Maar het schoolsysteem — ontworpen voor de 80% — laat hen nog steeds te vaak vallen.

Hoe kijk jij hiernaar? Herken je dit uit je werk, je kind, of je eigen schooltijd? Wat heb jij gemist vroeger, en wat gun jij de kinderen van nu?